Intramed Expert

Rapportages bij artsen

Via de artsenlijst kun je via de knop “Printen” diverse overzichten genereren. Deze overzichten kun je bekijken, afdrukken en/of opslaan als pdf-bestand. 

Bij de artsgegevens kun je etiketten printen. Deze etiketten kunt u gebruiken om de envelop van correspondentie te voorzien van een etiket.

  1. Klik op menu [Bestand], [Artsen].
  2. Klik op “Printen”, “Etiketten”.

     Je kunt het ontwerp van bestaande etiketten bekijken, en eventueel aanpassen. Klik daarvoor op het etiket en op . Klik vervolgens op “Ontwerp…”.
  3. Dubbelklik op het etiketontwerp dat je wil gebruiken.
  4. Selecteer zo nodig een al bestaande filter- en sortering-instelling (  en klik op een instelling).
  5. Stel zo nodig filters in.  

    Veld

    Omschrijving

    Startrij:

    Typ in op welke regel de afdruk moet beginnen. Bovenaan de pagina is startrij “1”.

    Startkolom:

    Typ in, in welke kolom de afdruk moet beginnen. Links op de pagina is startkolom “1”.

    Aantal:

    Typ het aantal etiketten in dat je wil afdrukken.  

  6. Klik op tabblad “2. Artsen”.
  7. Stel zo nodig filters in.
    Veld
    Omschrijving

    Artsnr.:

    Klik op  en dubbelklik op de arts van wie je etiketten wil afdrukken.

    Achternaam:

    Typ de achternaam van de arts in. Alle artsen met deze achternaam worden afgedrukt.

    Postcode:

    Typ de postcode in. Alleen artsen in dat postcodegebied worden afgedrukt.

     Je kunt ook een gebied selecteren. Bijvoorbeeld “1200..1240” levert een lijst op met alle artsen die een postcode tussen 1200 en 1240 hebben.

    Actief:

    Klik op  en kies voor “Ja” als je alleen etiketten wil printen van artsen met status “Actief”.  

  8. Stel zo nodig een andere sortering in.
    Veld
    Omschrijving

    Sortering:

    Klik op  en kies een sorteermogelijkheid.

  9. Stel zo nodig het soort uitvoer in (zie onderaan deze uitleg).
  10. Klik op “OK”.
  11. Als je bij de rubriek “Uitvoer” hebt gekozen voor “Scherm”, dan kun je zo nodig het rapport alsnog op papier printen, of opslaan als PDF (links onderin het scherm). Klik op  om te printen en op  om te bewaren.
  12. Sluit het scherm (“ESC” of ).

Vanuit dit scherm kun je een overzicht afdrukken van de artsgegevens. Zo kun je bijvoorbeeld de adresgegevens van een arts afdrukken.

  1. Klik op menu [Bestand], [Artsen].
  2. Klik op “Printen”, “Volledig overzicht”.
  3. Selecteer zo nodig een al bestaande filter- en sortering-instelling (  en klik op een instelling).
  4. Stel zo nodig filters in.
     

    Je kunt specifieke filters instellen door gebruik te maken van filtertekens. 

    Veld
    Omschrijving

    Artsnr.:

    Klik op  en dubbelklik op de arts van wie je gegevens wil afdrukken.

    Actief:

    Klik op  en kies of je alleen artsen die actief (“Ja”) of inactief (“Nee”) zijn wil afdrukken.

    Postcode:

    Typ een postcode in. Alleen artsen met de ingetypte postcode worden meegenomen in de afdruk.

     Je kunt ook een gebied selecteren. Bijvoorbeeld “1200..1240” levert een lijst op met alle artsen die een postcode tussen 1200 en 1240 hebben.

    Woonplaats:

    Typ een woonplaats in. Alleen artsen met de ingetypte woonplaats worden meegenomen in de afdruk.

    Instelling:

    Klik op  en dubbelklik op de instelling. De artsen die gekoppeld zijn aan de instelling worden meegenomen.

    ZVL-soort:

    Klik op  en dubbelklik op het ZVL-soort. Alle artsen met het ZVL-soort worden meegenomen in het rapport.

  5. Stel zo nodig een andere sortering in.
    Veld
    Omschrijving

    Sortering:

    Klik op  en kies een sorteermogelijkheid.

  6. Stel zo nodig het soort uitvoer in (zie onderaan deze uitleg).
  7. Klik op “OK”; het rapport wordt afgedrukt zoals je bij de rubriek “Uitvoer” hebt ingesteld.
  8. Als je bij de rubriek “Uitvoer” hebt gekozen voor “Scherm”, dan kun je zo nodig het rapport alsnog op papier printen, of opslaan als PDF (links onderin het scherm). Klik op  om te printen en op  om te bewaren.
  9. Sluit het scherm (“ESC” of ).

Vanuit dit scherm kun je een overzicht afdrukken van patiëntgegevens. Je kunt daarbij een selectie maken, bijvoorbeeld alleen alle patiënten van een bepaalde medewerker, verzekeraar of huisarts. Op dit overzicht worden de gegevens van het adres van de patiënt, zijn behandelseries en verzekeringen vermeld. 
Zo kun je bijvoorbeeld voor een telefonisch overleg met een huisarts van tevoren de patiëntgegevens printen van alle in behandeling zijnde patiënten van de huisarts.

  1. Klik op menu [Bestand], [Artsen].
  2. Klik op “Printen”, “Patiëntrapporten”.
  3. Selecteer zo nodig een al bestaande filter- en sortering-instelling (  en klik op een instelling).
  4. Filter zo nodig op tabblad “1. Opties” of je opmerkingen wil afdrukken.
    Veld
    Omschrijving

    Opmerkingen afdrukken:

    Klik op  en kies voor de “Ja” als je de opmerkingen (die zijn genoteerd op tabblad “3. Bijzonderheden” van de patiëntgegevens) wil afdrukken.

  5. Filter zo nodig op tabblad “2. Patienten” op patiënten van wie je de gegevens wil afdrukken.
     

    Je kunt specifieke filters instellen door gebruik te maken van filtertekens.

    Veld
    Omschrijving

    Therapeut:

    Klik op  en dubbelklik op de medewerker waarbij je een overzicht wil afdrukken.

    Patientnr.:

    Klik op  en dubbelklik op de patiënt die je mee wilt nemen in het overzicht.

    Status:

    Klik op  en kies of je de patiëntgegevens van patiënten met status “Niet in behandeling” of “In behandeling” wil afdrukken.

    Aanvullend verzekerd:

    Klik op  en kies of je de patiëntgegevens van patiënten met een aanvullende verzekering wil afdrukken (“Ja”), of alleen de patiënten zonder aanvullende verzekering (“Nee”).

    Verzekeraar (Basis):

    Klik op  en dubbelklik op de verzekeraar. De patiënten die onder deze verzekeraar(s) vallen met hun basisverzekering, worden meegenomen.

    Huisarts:

    Klik op  en dubbelklik op de arts. De patiënten met deze arts worden meegenomen.

    Postcode:

    Typ de postcode(s) in dit veld. Alleen patiëntgegevens van patiënten in dat postcodegebied worden afgedrukt.

  6. Stel zo nodig het soort uitvoer in (zie onderaan deze uitleg).
  7. Klik op “OK”; het rapport wordt afgedrukt zoals je bij de rubriek “Uitvoer” ingesteld hebt.
  8. Als je bij de rubriek “Uitvoer” hebt gekozen voor “Scherm”, dan kun je zo nodig het rapport alsnog op papier printen, of opslaan als PDF (links onderin het scherm). Klik op  om te printen en op  om te bewaren.
  9. Sluit het scherm (“ESC” of ).