Intramed Expert

Zoek hier
Generic filters

Taakdefinitie toevoegen, wijzigen of verwijderen

Voor veel voorkomende taken en taken die toegevoegd moeten worden, kun je zogenaamde taakdefinities aanmaken. Bijvoorbeeld de taak “Werkoverleg voorbereiden”.

 

 Je kunt ook taakdefinities aanmaken bij verslagleggingsrichtlijnen die automatisch geactiveerd worden als je de verslagleggingsrichtlijn kiest. Ga via de “Zie ook” lijst onderaan deze uitleg naar verdere instructies. 

Taakdefinitie toevoegen

  1. Via dit scherm kun je een nieuwe taakdefinitie toevoegen. 
     

    Waar je een taak kunt toevoegen, kun je een taakdefinitie selecteren via het scherm “Selecteren Taakdefinitie”. Hierin kun je ook een nieuwe taakdefinitie toevoegen. Ga vervolgens verder met stap 2.

  2. Klik op .
  3. Vul de velden in:
    Veld
    Omschrijving

    Taakdefinitienummer:

    Dit nummer wordt automatisch ingevuld zodra je de taakdefinitie bewaart. Je kunt ook zelf een nummer invullen.

    Actief:

    Het vak is automatisch aangevinkt bij een nieuwe taakdefinitie.

     Een taakdefinitie kun je niet verwijderen als deze is gebruikt in een taak of als “automatisch activeren” aangevinkt is. Je kunt bij zo’n taakdefinitie dan wel het veld “Actief” uitvinken, waardoor deze niet meer gekozen kan worden bij het toevoegen van een nieuwe taak.

    Omschrijving:

    Typ een omschrijving in.

    Afschermen:

    Klik op  en kies of de taak afgeschermd moet zijn voor andere medewerkers. Je kunt er ook voor kiezen om de taak alleen af te schermen, als de behandelepisode afgeschermd is.

     Medewerkers die rechten hebben om de voortgang te bewaken kunnen alle taken zien van alle medewerkers. Afgeschermde taken zullen wel worden getoond, maar de omschrijving wordt “”. Zo kan wel de voortgang bewaakt worden, maar kan de medewerker niet zien om wat voor taak het gaat. De omschrijving is in dat geval niet wijzigbaar. Het notitie gedeelte van het taakscherm wordt verborgen.

    Briefontwerp:

    Klik op  en dubbelklik op het briefontwerp dat je aan de taakdefinitie wilt koppelen.

     Je kunt alleen algemene briefontwerpen kiezen; geen briefontwerpen uit verslagleggingsrichtlijnen. 

  4. Bewaar de gegevens (“F5” of  ).

De taakdefinitie kun je vervolgens gebruiken bij het toevoegen van een taak. Voor meer informatie, ga naar de “Zie ook” lijst onderaan deze uitleg.

Taakdefinitie wijzigen

  1. Via het scherm “Taakdefinities” kun je een taakdefinitie wijzigen.

     Vink het filter “Actief” aan om alleen de actieve taakdefinities te zien.
  2. Dubbelklik op een taakdefinitie.
  3. Wijzig de velden.
  4. Bewaar de gegevens (“F5” of  ).

Taakdefinitie verwijderen

  1. Via het scherm “Taakdefinities” kun je een taakdefinitie verwijderen.
     Vink het filter “Actief” aan om alleen de actieve taakdefinities te zien.
  2. Klik op een taakdefinitie.
  3. Klik op .
  4. Klik op “Ja” om de taak te verwijderen.
 

Een taakdefinitie kun je niet verwijderen als deze is gebruikt in een taak of als “automatisch activeren” aangevinkt is. Je kunt bij zo’n taakdefinitie dan wel het veld “Actief” uitvinken, waardoor deze niet meer gekozen kan worden bij het toevoegen van een nieuwe taak.

 

Je kunt ook taakdefinities voor taken bij verslagleggingsrichtlijnen aanmaken. Voor meer informatie, ga naar de “Zie ook” lijst onderaan deze uitleg. 

Taakdefinitie bij verslagleggingsrichtlijn toevoegen, wijzigen of verwijderen

Je kunt ook automatisch een taak laten aanmaken wanneer je een verslagleggingsrichtlijn kiest. Als een patiënt bijvoorbeeld met een nieuwe klacht bij je komt, maak je een nieuwe behandelepisode aan en kies je de bijbehorende verslagleggingsrichtlijn. Daarbij heb je bijvoorbeeld twee taakdefinities aangemaakt: je moet het identiteitsbewijs nog registreren en de patiënt moet om toestemming gevraagd worden voor de PREM-vragenlijst.
Telkens als je de verslagleggingsrichtlijn kiest (dus bij een nieuwe patiënt of klacht), worden die taken automatisch  aangemaakt én gekoppeld aan de betreffende patiënt en behandelepisode.

Zulke taakdefinities koppel je aan een verslagleggingsrichtlijn in tabblad “Taakdefinities”.  

  1. Op dit tabblad kun je taakdefinities bij de verslagleggingsrichtlijn toevoegen.
  2. Klik op .
  3. Vul de velden in.
    Veld
    Omschrijving

    Taakdefinitienummer:

    Dit nummer wordt automatisch ingevuld zodra je de taakdefinitie bewaart. Je kunt ook zelf een nummer invullen.

    Actief:

    Het vak is standaard aangevinkt bij een nieuwe taakdefinitie; je kunt dit niet wijzigen.

     Een taakdefinitie kun je niet verwijderen als deze is gebruikt in een taak of als “automatisch activeren” aangevinkt is. Je kunt bij zo’n taakdefinitie dan wel het veld “Actief” uitvinken, waardoor deze niet meer gekozen kan worden bij het toevoegen van een nieuwe taak.

    Omschrijving:

    Typ een omschrijving in.

    Automatisch activeren:

    Deze taakdefinitie wordt automatisch geactiveerd als je de verslagleggingsrichtlijn gebruikt. Het het veld “Automatisch activeren” is daarom aangevinkt en kan niet uitgeschakeld worden.

    Activeer taak:

    Deze velden zijn beschikbaar omdat het vak voor “Automatisch activeren” is aangevinkt.

    Typ het aantal dagen/weken/maanden in wanneer de taak geactiveerd moet worden. Klik vervolgens op  en kies of het om dagen, weken of maanden gaat. Kies tot slot wanneer de taak geactiveerd moet worden:

    • Na toevoegen van de taak;
    • Voor … Als je voor deze optie kiest, verschijnt een extra veld. Hierin kun je aangeven voor welke behandeling de taak toegevoegd moet worden.
    • Na … Als je voor deze optie kiest, verschijnt een extra veld. Hierin kun je aangeven na welke behandeling de taak toegevoegd moet worden.
    • Na start van de behandelepisode;
    • Na afsluiten van de behandelepisode.

     Als je de taak wilt activeren of laten verlopen op dezelfde dag als het toevoegen van de taak /  de … behandeling / het toevoegen van de behandelepisode / het afsluiten van de behandelepisode, kies je voor “0” dagen / weken / maanden.

    Taak verloop na:

    Deze velden zijn beschikbaar omdat het vak voor “Automatisch activeren” is aangevinkt.

    Typ het aantal dagen/weken/maanden in wanneer de taak is verlopen. Klik vervolgens op  en kies of het om dagen, weken of maanden gaat.

    Afschermen:

    Klik op  en kies of de taak afgeschermd moet zijn voor andere medewerkers. Je kunt er ook voor kiezen om de taak alleen af te schermen, als de behandelepisode afgeschermd is.

     Medewerkers die rechten hebben om de voortgang te bewaken kunnen alle taken zien van alle medewerkers. Afgeschermde taken zullen wel worden getoond, maar de omschrijving wordt “”. Zo kan wel de voortgang bewaakt worden, maar kan de medewerker niet zien om wat voor taak het gaat. De omschrijving is in dat geval niet wijzigbaar. Het notitie gedeelte van het taakscherm wordt verborgen.

    Briefontwerp:

    Klik op  en dubbelklik op het briefontwerp dat je aan de taakdefinitie wilt koppelen.

     Je kunt alleen algemene briefontwerpen kiezen; geen briefontwerpen uit verslagleggingsrichtlijnen. 

  4. Bewaar de gegevens (“F5” of  ).
  5. Sluit het scherm (“ESC” of  ).
 

Bij het importeren van een nieuwe versie van een verslagleggingsrichtlijn (of bij het kopiëren en bij een nieuwe versie definiëren) worden de taakdefinities gekopieerd naar de nieuwe versie van de verslagleggingsrichtlijn. Een uitzondering is, als er gebruik gemaakt wordt van een briefontwerp dat niet meer bestaat in de nieuwe versie.

 

Als verslagleggingsrichtlijnen geconverteerd worden naar een nieuwe versie, worden de taken van die verslagleggingsrichtlijn die gebruikmaken van briefontwerpen, ook geconverteerd.

Taakdefinitie wijzigen

  1. Via tabblad “3. Taakdefinities” kun je een taakdefinitie wijzigen.

     Vink het filter “Actief” aan om alleen de actieve taakdefinities te zien.
  2. Dubbelklik op een taakdefinitie.
  3. Wijzig de velden.
  4. Bewaar de gegevens (“F5” of  ).

Taakdefinitie verwijderen

  1. Via tabblad “3. Taakdefinities” kun je een taakdefinitie verwijderen.
     Vink het filter “Actief” aan om alleen de actieve taakdefinities te zien.
  2. Klik op een taakdefinitie.
  3. Klik op .
  4. Klik op “Ja” om de taak te verwijderen.
 

Een taakdefinitie kun je niet verwijderen als deze is gebruikt in een taak of als “automatisch activeren” aangevinkt is. Je kunt bij zo’n taakdefinitie dan wel het veld “Actief” uitvinken, waardoor deze niet meer gekozen kan worden bij het toevoegen van een nieuwe taak.

 

Je kunt ook algemene taakdefinities voor taken aanmaken. Voor meer informatie, ga naar de “Zie ook” lijst onderaan deze uitleg.