Intramed Expert

Intramed Expert

Het kenniscentrum van Intramed

Zoek hier
Generic filters

Specifieke onderwerpen voor Diëtetiek

Intramed bevat een aantal specifieke functionaliteiten voor diëtisten. Een deel van deze functionaliteiten kun je activeren door de module “Diëtetiek” in te schakelen in de systeemgegevens. Als je de module inschakelt, is het bijvoorbeeld mogelijk om het gewichtspatroon te berekenen en registreren door middel van een voedingsberekening door middel van NEVO tabellen. Daarbij heb je de mogelijkheid om zelf voedingsmiddelen toe te voegen. Naarmate de behandeling vordert, kun je het gewicht bijhouden en grafisch weergeven. Hoe je van deze mogelijkheden gebruikmaakt, lees je hieronder door een onderwerp onder de oranje streep uit te klappen.

Naast bovenstaande specifieke onderwerpen voor de diëtetiek, zijn de algemene functionaliteiten natuurlijk ook beschikbaar, waaronder: 

  • De verslaglegging in het patiëntendossier werkt volgens het Methodisch Handelen. Daarbij kun je binnen het aanmeldingsformulier, laboratorium uitslagen registreren.
  • In de verslaglegging kun je ook Directe Toegankelijkheid Diëtetiek (DTD) registreren, afgestemd met de beroepsvereniging. Ook kun je uitgebreid onderzoek registreren, inclusief historische gegevens.
  • Contracttarieven van zorgverzekeraars kunnen automatisch geïmporteerd worden.
  • Niet-cliëntgebonden werkzaamheden kunnen eenvoudig geregistreerd worden. Daarvan kunnen ook overzichten gemaakt worden.  
  • Ook heb je de mogelijkheid om verkopen eenvoudig te registreren en factureren aan de patiënt. 

In de onderwerpen vind je meer informatie over hoe bovenstaande functionaliteiten werken.

  1. Open de systeemgegevens via menu [Systeem], [Organisatie], [Systeemgegevens].
  2. Klik op tabblad “7. Modules”.

  3. Vink de modules “Diëtetiek” aan.

    Module

    Omschrijving

    Diëtetiek

    Kies voor deze module, als je gebruik maakt van de mogelijkheden voor diëtetiek in Intramed.

    Dit levert onder menu [Systeem], [Tabellen] een extra mogelijkheid op: [Diëtetiek]. Hieronder vind je allerlei gegevens over voedingsmiddelen en consumptie.

    Ook levert dit in een behandelepisode een extra tabblad op, namelijk “8. Diëten”.

    Op tabblad 8 voer je patiëntgerichte adviezen in en het werkelijk gebruik van voedingsmiddelen door de patiënt.

    Als je voor deze module kiest, wordt automatisch de module “Registratie gewicht in behandelepisode” ook ingeschakeld.

    Registratie gewicht in behandelepisode

    Vink deze module aan, als je het gewicht van de patiënt wil vastleggen, gekoppeld aan lengte en datum. De lengte is vooral van belang voor langduriger behandelingen van kinderen, aangezien zij geleidelijk aan langer zullen worden.Ook levert dit in een behandelepisode een extra tabblad op, namelijk “5. Gewicht”.
    Op dit tabblad kun je de gewichtsontwikkeling van de patiënt bijhouden en grafisch weergeven.

    Deze module wordt automatisch ingeschakeld en kan niet uitgeschakeld worden bij inschakeling van de module “Diëtetiek”.

  4. Bewaar de gegevens (“F5” of ). 

Om als diëtist met Intramed te gaan werken, moet je de speciale diëtetiek-module inschakelen in de Systeemgegevens op tabblad “7. Modules”. Door het aanvinken van deze modules, krijg je onder menu [Systeem], [Tabellen], [Diëtetiek] een aantal tabellen waarin je standaard voedings- en nutriëntadviezen samenstelt en (nutriënt-)gegevens over voedingsmiddelen vastlegt. Veel van deze gegevens zijn al opgenomen vanuit de NEVO tabel 2011/3.0 die in Intramed beschikbaar is.

In een schema ziet het er zo uit:

Tabel Eetmomenten aanpassen Tabel Nutriëntadviezen aanpassen Tabel Standaard adviezen aanpassen Consumptie eenheid toevoegen of wijzigen Voedingsmiddel eenheid toevoegen, wijzigen of verwijderen Voedingsmiddel fabrikant toevoegen, wijzigen of verwijderen Voedingsmiddel toevoegen, wijzigen of verwijderen Voedingsmiddelgroep toevoegen, wijzigen of verwijderen

 

Tip

Klik op een tegel om de bijbehorende documentatie te zien!

De voedingsmiddelen met hun nutriënten zijn overgenomen uit de NEVO tabel 2011/3.0 en zijn niet te wijzigen. Toch kan het voorkomen, dat je als diëtist een voedingsmiddel mist. De lijst kan dan aangevuld worden.

Een voedingsmiddel toevoegen

  1. Je ziet de al ingevoerde voedingsmiddelen.
  2. Klik op .
  3. Vul de velden in.

    Veld

    Omschrijving

    Voedingsmiddel nr.: Dit nummer wordt automatisch aangemaakt als je het voedingsmiddel bewaart. Je kunt hier ook zelf een nummer invullen.
    Omschrijving: Typ een omschrijving in.
  4. Vul de velden in op tabblad “1. Algemeen”.

    Veld

    Omschrijving

    Voedingsmiddelgroep(-en): Hier wordt automatisch ingevuld wat je op tabblad “3. Voedingsmiddelgroepen” invult. Je kunt dit hier niet wijzigen.
    Fabrikant: Klik op  en dubbelklik op de fabrikant.  Je kunt hier een item toevoegen (ga naar de “Zie ook” lijst onderaan deze uitleg). 
    Beschermde bron: Als je zelf een nieuw voedingsmiddel toevoegt, is hier standaard “Nee” ingevuld. Bij andere voedingsmiddelen uit de NEVO-tabel, is hier standaard “Ja” ingevuld, waardoor het niet mogelijk is om die gegevens aan te passen.
    Bron: Klik op  en dubbelklik op de niet beschermde, bron.
    Hoeveelheid: Typ in, in welke hoeveelheid dit voedingsmiddel standaard ingevuld zal worden. Dit hangt samen met het volgende veld: “Eenheid voedingsmiddel”.
    Eenheid voedingsmiddel: Kies hier uit “gr” (gram), “ml” (milliliter) of “st” (stuk).
    Actief: Klik op  en kies of de het voedingsmiddel actief “Ja” is, of niet “Nee”.
    Eetbaar gedeelte: Geef hier aan hoeveel van het voedingsmiddel eetbaar is, bijvoorbeeld 0,5 bij een ongepelde walnoot.
    Vertrouwelijk: Klik op  en kies of de gegevens van dit product vertrouwelijk behandeld moeten worden.
    Commentaar: Typ hier zo nodig commentaar over dit voedingsmiddel.
  5. Klik op tabblad “2. Nutriënten”.
  6. Klik op “Ja”.
  7. Vul de velden in op tabblad “2. Nutriënten”.

    Kolom

    Omschrijving

    Nutriëntcode: Klik in het veld, en op . Dubbelklik op de code.  Je kunt hier een item toevoegen (ga naar de “Zie ook” lijst onderaan deze uitleg). 
    Nutriëntnaam: Hier wordt de naam van de gekozen nutriëntcode ingevuld. Je kunt dit hier niet wijzigen.
    Gehalte: Typ hier het aantal in van de meeteenheid wat in dit product zit.
    Meeteenheid: Hier wordt de meeteenheid van de gekozen nutriëntcode ingevuld. Je kunt dit hier niet wijzigen.
    Nutriëntnaam (Engels): Hier wordt de Engelse naam van de gekozen nutriëntcode ingevuld. Je kunt dit hier niet wijzigen.
  8. Vul in de lijst per type nutriënt een regel in; klik op  en vul de velden in. Bewaar de regel steeds (“F5” of ).
  9. Klik op tabblad “3. Voedingsmiddelgroepen”.
  10. Vul de velden in op tabblad “3. Voedingsmiddelgroepen”.

    Kolom

    Omschrijving

    Voedingsmiddelgroep: Klik in het veld en klik op . Dubbelklik op de groep.
    Voedingsmiddel: Klik in het veld en klik op . Dubbelklik op het voedingsmiddel.
    Naam voedingsmiddel: Hier wordt automatisch de naam van het gekozen voedingsmiddel ingevuld. Je kunt dat hier niet wijzigen.
    Naam voedingsmiddelgroep: Hier wordt automatisch de voedingmiddelgroep van het gekozen voedingsmiddel ingevuld. Je kunt dat hier niet wijzigen.
    Default Voedingsmiddel: Hier wordt automatisch de default naam van het gekozen voedingsmiddel ingevuld. Je kunt dat hier niet wijzigen.
    Naam fabrikant: Hier wordt automatisch de fabrikant van het gekozen voedingsmiddel ingevuld. Je kunt dat hier niet wijzigen.
    Actief: Hier wordt automatisch de status van het gekozen voedingsmiddel ingevuld. Je kunt dat hier niet wijzigen.
  11. Vul in de lijst per type voedingsmiddelgroep een regel in; klik op  en vul de velden in. Bewaar de regel steeds (“F5” of ).
  12. Klik op tabblad “4. Vormen en gewichten”.
  13. Vul de velden in op tabblad “4. Vormen en gewichten”.

    Kolom

    Omschrijving

    Voedingsmiddel: Hier is de op het vorige tabblad ingevoerde voedingsmiddel overgenomen.
    Eenheid: Klik in het veld, en klik op . Dubbelklik op de eenheid.
    Gewicht (gr): Typ het gewicht in grammen in.
    Naam voedingsmiddel: Hier wordt automatisch de naam van het gekozen voedingsmiddel ingevuld. Je kunt dat hier niet wijzigen.
    Aanduiding eenheid: Hier wordt automatisch de naam van de eenheid van het gekozen voedingsmiddel ingevuld. Je kunt dat hier niet wijzigen.
  14. Vul in de lijst per voedingsmiddel een regel in; klik op  en vul de velden in. Bewaar de regel steeds (“F5” of ).
  15. Bewaar de gegevens (“F5” of  ).
  16. Sluit alle schermen (“Esc” of   ).

Een voedingsmiddel wijzigen

  1. Dubbelklik op een voedingsmiddel OF klik op een voedingsmiddel en op .
  2. Pas de gegevens aan; kijk voor invul-instructies bij een voedingsmiddel toevoegen.
  3. Bewaar de gegevens (“F5” of  ).

Een voedingsmiddel verwijderen

  1. Klik op het voedingsmiddel.
  2. Klik op ; je krijgt de vraag of je werkelijk wilt verwijderen. Bevestig dit.

    Warning

    Artikelen uit een beschermde bron kun je niet verwijderen. Ook als het voedingsmiddel gekoppeld is, kan het niet verwijderd worden.

Opties

In het scherm “Voedingsmiddelen” vind je onder “Opties” nog enkele belangrijke opties.
  • Met de optie “Voedingsmiddel deactiveren” zet je een actief voedingsmiddel op niet-actief:
  1. Klik op een bestaand voedingsmiddel.
  2. Klik op “Opties”, “Voedingsmiddel deactiveren”.
  • Met de optie “Voedingsmiddel kopiëren” kun je een voedingsmiddel kopiëren:
  1. Klik op een bestaand voedingsmiddel.
  2. Klik op “Opties”, “Voedingsmiddel kopiëren”.

Warning

Dit kan alleen met een voedingsmiddel waarvan de bron geen beschermde bron is.
Het geselecteerde voedingsmiddel wordt gekopieerd. Dat wil zeggen, er wordt eigenlijk een nieuwe versie van het voedingsmiddel gemaakt wordt. Het oorspronkelijke voedingsmiddel wordt op niet-actief gezet, en de omschrijving wordt aangevuld met een verwijzing, naar welk voedingsmiddel het oorspronkelijke voedingsmiddel gekopieerd is. Je kunt de inhoud nog aanpassen.
  • Met de optie “Voedingsmiddel kopiëren naar bron…” kun je een voedingsmiddel naar een andere bron kopiëren:
  1. Klik op een bestaand voedingsmiddel.
  2. Klik op “Opties”, “Voedingsmiddel kopiëren naar bron…”.
  3. Klik vervolgens op de bron die je wilt.
Het geselecteerde voedingsmiddel wordt gekopieerd. De bron wordt de geselecteerde bron. Het oorspronkelijke voedingsmiddel blijft op actief staan. Als je dezelfde bron selecteert als de oorspronkelijke bron, wordt het voedingsmiddel op “niet actief” gezet.

Tip

Je kunt de inhoud nog aanpassen. Dit is een mogelijkheid om voedingsmiddelen uit een beschermde bron, die je niet kunt aanpassen en kopiëren, naar een onbeschermde bron om te zetten. Voedingsmiddelen met een onbeschermde bron kun je wel aanpassen en kopiëren.
  • Met de optie “Voedingsmiddel reactiveren” zet je een niet-actief voedingsmiddel op actief:
  1. Klik op een bestaand voedingsmiddel.
  2. Klik op “Opties”, “Voedingsmiddel reactiveren”.

Tip

Kies niet voor de optie “Alleen actieve producten” (onderin beeld), zodat je alle producten in de lijst ziet.

Op tabblad “5. Gewicht” van een behandelepisode kun je per datum het gewicht van de patiënt invullen.

  1. Klik op menu [Bestand], [Patiënten] en dubbelklik op een patiënt.
  2. Klik op tabblad “4. Behandelepisodes” en dubbelklik op een behandelepisode.
  3. Klik op tabblad “5. Gewicht”.


    Onderin het scherm zie je in de grafiek het eerste meetpunt staan.
    In de eerste regel staan de gegevens ingevuld, zoals die in het formulier “Behandelepisode” (tabblad “1. Verslaglegging”) zijn ingevuld:

  4. Voeg een nieuwe regel toe op tabblad  “5. Gewicht” via .
  5. Vul de velden in.

    Kolom

    Omschrijving

    Datum:

    Tup de datum in of gebruik de agenda via .

    Gewicht (kg):

    Typ het gewicht van de patiënt in kilogram in.

    Lengte (cm):

    Standaard is de lengte uit de vorige regel ingevuld; wijzig dit zo nodig.

    Tijd:

    Typ het tijdstip van de gewichtsmeting in.

    QI:

    De Quetelet-index wordt berekend; je kunt dit niet wijzigen.

    Cliënt:

    Standaard is patiëntnummer ingevuld; je kunt dit niet wijzigen.

    Gewichtsverschil:

    Het gewichtsverschil ten opzichte van het vorige meetmoment wordt berekend; je kunt dit niet wijzigen.

    Toe- of afname:

    Aan de hand van het vorige veld wordt ingevuld of er sprake is van een toe- of afname in gewicht ten opzichte van het vorige meetmoment; je kunt dit niet wijzigen.

    Verschil/week:

    De toe- of afname per week wordt berekend; je kunt dit niet wijzigen.

    Gewichtsaanduiding:

    Aan de hand van de Quetelet-index wordt hier automatisch de gewichtsaanduiding ingevuld; je kunt dit niet wijzigen.

  6. Bewaar de gegevens (“F5” of  ).

Als diëtist kun je in de behandelserie de verwijsdiagnose invullen. 
In de codelijst “Diëtetiek” kun je instellen dat je standaard gebruik wilt maken van de “Verwijsdiagnosecodelijst dieetadvisering”. 

Verwijsdiagnosecodelijst gebruiken

De verwijsdiagnose kun je invullen op tabblad “3. Diagnose” van de behandelserie.

  1. Open de behandelserie en ga naar tabblad “3. Diagnose”.
  2. Klik bij het veld “Verwijsdiagnose:” op  en kies voor “Verwijsdiagnosecodelijst dieetadvisering”.
  3. Klik op  achter het veld “Code”.
  4. Dubbelklik op een hoofdprobleem;
    het hoofdprobleem wordt onderverdeeld in subcategorieën.
  5. Klik vervolgens op de verwijsdiagnosecode.
  6. Klik op “OK”.
  7. Bewaar de gegevens (“F5” of ).

Verwijsdiagnosecodelijst als standaard instellen

Je kunt instellen dat je bij het veld “Verwijsdiagnose” standaard “Verwijsdiagnosecodelijst dieetadvisering” wilt gebruiken voor de codelijst “Diëtetiek”. Het veld “Code” is dan automatisch beschikbaar.

  1. Open de codelijst “Diëtetiek” via menu [Systeem], [Tabellen], [Codelijsten] en dubbelklik op de codelijst.
  2. Klik op tabblad “2. Instellingen”.
  3. Kies bij het veld “Codelijst eerste verwijsdiagnose:” voor “Verwijsdiagnosecodelijst dieetadvisering”.
  4. Bewaar de gegevens (“F5” of  ).

Extra informatie

In het declaratiebestand worden de eerste en tweede verwijsdiagnosecode meegestuurd via de rubrieken 0413 t/m 0416.

Een aantal verzekeraars hanteert variabele tarieven voor groepsbehandelingen. Dat houdt in dat het tarief wat per verzekerde gedeclareerd kan worden, afhankelijk is van het aantal deelnemers in de groep.

In Intramed is het op dit moment niet mogelijk om voor één verrichtingcode variabele tarieven in te stellen. Daarom moet je in de codelijst per groepsgrootte een aparte verrichtingcode met bijbehorend tarief aanmaken.

Deze nieuwe verrichtingcodes in de codelijst worden automatisch overgenomen in de contracten met verzekeraars. Je moet wél de betreffende tarieven handmatig toevoegen aan de contracten. Vervolgens kun je de behandelcodes toevoegen aan de behandelingen.

 

Deze tarieven kunnen dus niet geüpdatet worden via de wizard “Update contracttarieven”.

Verrichtingcodes toevoegen

Per groepsgrootte moet een verrichtingcode toegevoegd worden. Je leidt deze verrichtingcode af van een normale groepsbehandeling (code 6100). Elke nieuwe verrichtingcode krijgt 6100 als afwijkende declaratiecode, maar wijkt af in tarief.

  1. Klik op menu [Systeem], [Tabellen], [Codelijsten].

    het scherm bestaat uit twee lijsten: de bovenste lijst “Codelijsten:” en daaronder de gekoppelde lijst “Verrichtingcodes:”.
  2. Klik op de codelijst “Diëtetiek”; de bijbehorende verrichtingcodes moet je toevoegen aan de lijst “Verrichtingcodes:” onderin het scherm.
  3. Klik één keer in een willekeurig vak in de lijst “Verrichtingcodes:”.
  4. Klik op .
  5. Vul de velden in, zoals in de volgende afbeelding. De velden “Omschrijving:” en “Kleur in de agenda:” kun je naar eigen inzicht invullen.
    Achmea hanteert bijvoorbeeld een kwartiertarief van €14,65 voor een groepsbehandeling van 2 personen. Het uurtarief is dus 4 x €14,65 = € 58,60.

    Vervolgens deel je het uurtarief door 2 (personen) en je hebt het tarief dat je moet invullen bij dit veld. Dus: € 58,60 / 2 = € 29,30.

  6. Bewaar de gegevens (“F5” of ).
  7. Sluit het scherm (“ESC” of ).
     
  8. Herhaal stappen 2 t/m 7 om meer verrichtingcodes toe te voegen.
     

    Vul voor elke nieuwe verrichtingcode bij het veld “Afwijkende declaratiecode” het getal “6100” in en vul het juiste tarief in.

 

Deze nieuwe verrichtingcodes in de codelijst worden automatisch overgenomen in de contracten met verzekeraars.

 

De tarieven die hier zijn ingevuld zijn de “praktijktarieven”, en worden gebruikt in declaraties naar patiënten (bijvoorbeeld als de patiënt niet volledig verzekerd is). De tarieven die je declareert naar de verzekeraar moet je nog instellen in de contracten.

Tarieven toevoegen aan contracten

Het behandeltarief voor de groepsbehandelingen dat je met de verzekeraar hebt afgesproken, kun je instellen in de contracten.

  1. Klik op menu [Bestand], [Contracten].
  2. Dubbelklik op een contract met een verzekeraar, waarbij de groepsbehandelingen relevant zijn.
  3. Klik op tabblad “2. Tarieven”.
  4. Zoek en klik op een verrichtingcode die je hebt toegevoegd; in de onderste lijst is het tarief nog leeg.
  5. Vul de velden in de onderste lijst in.
    Veld
    Omschrijving

    Vanaf datum:

    Klik in het veld. Typ in vanaf welke datum het tarief in gaat of gebruik de kalender via .

    Tarief:

    Typ het uurtarief voor de groepsbehandeling in, gedeeld door het aantal deelnemers in de groep.

     

    Achmea hanteert bijvoorbeeld een kwartiertarief van €14,65 voor een groepsbehandeling van 2 personen. Het uurtarief is dus 4 x €14,65 = € 58,60.
    Vervolgens deel je het uurtarief door 2 (personen) en je hebt het tarief dat je moet invullen bij dit veld. Dus: € 58,60 / 2 = € 29,30.

    Incl./excl. btw

    Dit veld wordt automatisch ingevuld afhankelijk wat in de codelijst ingevuld is; je kunt dit niet wijzigen.

  6. Bewaar de gegevens (“F5” of ).
  7. Herhaal de stappen 4 t/m 6 voor de overige groepsbehandelingen.
  8. Sluit het scherm (“ESC” of ).
 

Als je andere contracten hebt waarin de diëtetiek verrichtingcodes zijn opgenomen, herhaal je alle vorige stappen voor elk contract.

Verrichtingcode groepsbehandeling gebruiken

Als je de verrichtingcodes voor groepsbehandelingen hebt toegevoegd in Intramed en aan de contracten met verzekeraars, kun je de verrichtingcodes gebruiken in een behandeling.

  1. Open de behandeling van de patiënt, bijvoorbeeld via menu [Bestand], [Agenda], dubbelklik op de afspraak.
  2. Klik op  bij het veld “Behandelcode”.
  3. Dubbelklik op de verrichtingcode.
  4. Bewaar de gegevens (“F5” of ).