Artsen toevoegen, wijzigen of verwijderen

In Intramed leg je de betrokken of verwijzend arts vast in de artsenlijst. Belangrijk hierbij is de ZVL-soort, ZVL-nummer en ZVL-code (samen de “AGB-code” genoemd), omdat die codes meegestuurd worden met declaraties naar verzekeraars. 

Als je via ZorgMail wilt communiceren, is het ook nodig dat je het ZorgMail klantnummer van de arts invult.

Een arts toevoegen kun je op 2 verschillende manier doen:

Vanuit de patiëntenlijst

  1. Klik op menu [Bestand], [Patiënten] en dubbelklik op een patiënt.
  2. Klik achter het veld ‘Huisarts:’ op .
  3. Klik op . 
  4. Typ de achternaam (+ eventueel woonplaats/Postcode) en klik op ‘Zoeken’. Intramed haalt dan bij Vektis de artsgegevens op.
    Of klik op ‘Handmatig een arts toevoegen’.
  5. De arts wordt toegevoegd aan de lijst ‘Artsen’.
  6. Dubbelklik op de arts om de gegevens zo nodig aan te vullen.
  7. Bewaar de gegevens (“F5” of  ).

Vanuit de artsenlijst

  1. Klik op menu [Bestand], [Artsen].
  2. Klik op .
  3. Typ de achternaam (+ eventueel woonplaats/Postcode) en klik op ‘Zoeken’. Intramed haalt dan bij Vektis de artsgegevens op.
    Of klik op ‘Handmatig een arts toevoegen’.
  4. De arts wordt toegevoegd aan de lijst ‘Artsen’.
  5. Dubbelklik op de arts om de gegevens zo nodig aan te vullen.
  6. Bewaar de gegevens (“F5” of  ).

In het scherm “Selecteren Arts” kun je ook gegevens van een bestaande arts wijzigen. Klik dan één keer op de arts en op .

Om de lijst met artsen up-to-date te houden, kun je artsen die niet meer in dienst zijn of met wie je niet meer samenwerkt, verwijderen uit de lijst “Artsen”. Je hebt dan twee mogelijkheden: de arts op “Niet-actief” instellen, zodat deze niet meer zichtbaar is in de actuele lijst met artsen (je verliest dan geen gegevens), of de arts volledig verwijderen uit de lijst (de gegevens worden volledig verwijderd uit Intramed).

Arts op “Niet-actief” instellen

Je kunt een arts uit de lijst van actieve artsen verwijderen. Je verliest dan geen gegevens, en je houdt de lijst “Artsen” up-to-date. Je kunt dat op 2 manieren doen.

Manier 1

  1. Dubbelklik op de arts.
  2. Klik achter het veld “Actief:” op  en klik op “Nee”.
  3. Bewaar de gegevens (“F5” of  ).
 

Als er patiënten zijn gekoppeld aan de arts, kun je de patiënten toewijzen aan een andere arts. Voor meer informatie, ga naar de “Zie ook” lijst onderaan deze uitleg.. 

Manier 2

  1. Klik op de arts.
  2. Klik op “Opties”, “Op niet actief zetten”.
  3. Je krijgt een bevestigingsvraag; klik op “Ja”.

    De arts is op “Niet actief” gezet en het scherm “Patienten toewijzen” wordt geopend. De arts die je op “Niet actief” hebt gezet is niet verdwenen uit de lijst. Als je in het scherm “Artsen” het filter “Actief” uitvinkt, zie je ook alle artsen;  die op “Niet actief” staan.  

Arts volledig verwijderen

Je kunt een arts uit de lijst “Artsen” volledig verwijderen. De artsgegevevens worden dan compleet uit Intramed verwijderd. Alleen een medewerker uit groep 1, “Praktijkhouder / Eigenaar” kan een arts verwijderen.

  1. Klik de arts die je wil verwijderen.
  2. Klik op .
  3. Je krijgt een bevestigingsvraag; klik op “Ja”.

    Intramed controleert, of die arts bij een patiënt of behandelserie is ingevuld. Als dat het geval is, zal Intramed je melden dat er een koppeling is met een patiënt of behandelserie en dat de arts daarom niet mag worden verwijderd.

 

Je kunt patiënten van de arts die je wil verwijderen, toewijzen aan een andere arts.

 

Je kunt de behandelserie (alleen als daar nog niet op gedeclareerd is!) eventueel aan een andere arts koppelen.
Via menu [Bestand], [Behandelseries] opent een lijst met alle behandelseries. In dit scherm kun je de kolom “Verwijzer” toevoegen. Je kunt vervolgens filteren op de arts.

Per behandelserie kun je de verwijzend arts veranderen in een andere arts: dubbelklik op een behandelserie en kies in het veld “Verwijzer:” voor een andere verwijzer. 

Bij een arts / specialist kun je de standaard aanhef en adressering instellen. Je kunt dat ook doen voor de alle artsen / specialisten.

 

De standaard aanhef stel je in via menu [Systeem], [Organisatie], [Systeemgegevens], tabblad “1. Algemeen”, veld “Aanhefvorm arts:”.

Standaard aanhef en adressering instellen bij arts     
  1. Klik op menu [Bestand], [Artsen] en dubbelklik op een arts.
  2. Klik op “Opties”, “Default aanhef en adressering gebruiken”.

    De velden “Aanhef:” en “Adressering:” worden ingevuld zoals is ingesteld in de systeemgegevens.
  3. Bewaar de gegevens (“F5” of  ).
Standaard aanhef en adressering instellen bij alle artsen
  1. Klik op menu [Bestand], [Artsen].
  2. Klik op “Opties”, “Allen standaard aanhef en adressering geven”.

    Bij alle artsen / specialisten worden de velden “Aanhef:” en “Adressering:” ingevuld zoals deze standaard is ingesteld in de systeemgegevens.
  3. Sluit het scherm (“ESC” of  ).

Je kunt de patiënten van een bepaalde arts, toewijzen aan een andere arts. Bijvoorbeeld als de arts niet meer werkzaam is. Dat doe je in de artsenlijst.

  1. Klik op de arts bij wie je de patiënten wil overzetten naar een andere arts.
  2. Klik op “Schermen”, “Overzetten patienten”.

    In de linker lijst zie je alle patiënten van de aangeklikte arts. In de rechter kolom zie je alle actieve artsen.
    In dit scherm kun je elke patiënt toewijzen aan een andere arts, een aantal patiënten tegelijk toewijzen aan een arts, of alle patiënten tegelijk toewijzen aan een arts.
  3. Ga verder met één van de volgende onderwerpen.
Een patiënt toewijzen aan een andere arts
  1. Klik in de linker lijst op de patiënt die moet worden toegewezen.
  2. Klik in de rechter lijst op de huisarts aan wie de patiënt moet worden toegewezen.
     

    Je kunt in het scherm “Patiënten toewijzen” de lijst ook filteren. Zo kun je bijvoorbeeld (na het invoegen van de juiste kolom) op een bepaald postcodegebied filteren.

  3. Klik op  tussen de twee lijsten (of klik op “Opties”, “Geselecteerde patient toewijzen”); de patiënt verdwijnt uit de linker lijst.
  4. Sluit het scherm (“ESC” of  ).
Meerdere patiënten toewijzen aan een andere arts
  1. Klik in de linker lijst op de patiënt die moet worden toegewezen.
  2. Houdt de “Ctrl”-toets ingedrukt.
  3. Klik één voor één op de patiënten die ook moeten worden toegewezen; voor de patiënten die geselecteerd zijn, staat een vinkje.
     

    Je kunt in het scherm “Patiënten toewijzen” de lijst ook filteren. Zo kun je bijvoorbeeld (na het invoegen van de juiste kolom) op een bepaald postcodegebied filteren.

  4. Laat de “Ctrl”-toets weer los.
  5. Klik in de rechter lijst op de huisarts aan wie de patiënten moeten worden toegewezen.
  6. Klik op  tussen de twee lijsten (of klik op “Opties”, “Geselecteerde patient toewijzen”).
  7. Sluit het scherm (“ESC” of  ).
Alle patiënten toewijzen aan een andere arts
  1. Klik in de rechter lijst op de huisarts aan wie alle patiënten moeten worden toegewezen.
  2. Klik op  tussen de twee lijsten (of klik op “Opties”, “Alle patienten toewijzen”).
  3. Sluit het scherm (“ESC” of  ).